Werkdruk

‘Werkdruk is een veelkoppig monster’. anoniem

foto TNO

Ik ben benieuwd wie die zin ooit verzonnen heeft, want hij is erg waar. Werkdruk, en dan nog eens specifiek in het onderwijs, is lastig te definiëren en wordt door veel mensen op een eigen manier beleefd. Daarnaast blijkt dat op sommige scholen bepaalde vormen van werkdruk sterker naar voren komen door bijvoorbeeld de bedrijfscultuur, waaronder sociale vrijheid valt.

In het project ‘Werkdruk’ van TNO 2012 wordt al van te voren gesteld dat een sluitende definitie heel moeilijk te maken is. Zij werken met een werkdefinitie:

TNO 2012

In het (overigens goed leesbare) 63 pagina’s tellende rapport wordt ingezoomd op werkdruk, de perpectieven, werkstress en de determinanten van werkdruk, signaleringsinstrumenten en mogelijke maatregelen. Na het lezen van dit rapport ben je er overigens nog niet… Maar de aangrijpingspunten staan er wel goed in.

Aanpakken die leiden tot het terugdringen van werkdruk

Er zijn een aantal in het oog springende zaken die kunnen leiden tot verlaging van werkdruk. Soms zijn dit erg voor de hand liggende zaken die iedereen wel kan bedenken. Echter merk je dat daar waar maatregelen worden genomen die inhoud geven aan de aanpak dat er ook iets gebeurt met de werkdruk. Daar waar het een papieren tijger is, gebeurt er niks.

Professionele ruimte vergroten en aansluiten bij wensen en competenties van de leraren

De overheid verstaat onder professionele ruimte: “De interne zeggenschap van de leraar ten aanzien van het ontwerp en de uitvoering van het onderwijskundig en kwaliteitsbeleid van de school”.

Als docenten mee mogen bepalen hoe hun takenpakket eruit ziet, ervaren minder werkeisen/ werkdruk en voelen ruimte voor professionele ontwikkeling. Dit blijkt uit een onderzoek naar taakbeleid en werkdruk onder vo leraren (Van den Bor – van Leeuwen, 2017). Omgaan met werkdruk gaat beter als op school rekening houden met de persoonlijke interesse voor bepaalde taken, de geschiktheid om deze taken uit te voeren en ook de privéomstandigheden van docenten (Houtman & Stege e.a. 2015).

Ook levert het inspelen op de levensfase van een docent met wellicht de verschillende ambities een vermindering van werkdruk op (Houtman & Stege 2015).
Docenten ervaren zeggenschap over invulling van het werk als positief (Houtman & Stege 2015). Als je dat vertaalt naar taakbeleid betekent dat docenten zelf en als team vanuit de professionele ruimte maatregelen kunnen benoemen op individueel en op team en schoolniveau die werkdruk kunnen verlagen.

Job crafting: regie nemen over vormgeving van je werk

Job crafting, in het Nederlands ook wel baanboetseren genoemd, is een manier waarop een individu zelf zijn baan herstructureert. Dit kan doordat de werknemer aanpassingen aanbrengt in zijn taken of dat er aanpassingen gemaakt worden in de samenwerking. Hierdoor wijzigt het cognitieve beeld dat hij van zijn werk heeft.

De vormgeving van je werk is van groot belang en de algemene voorgeschreven structuren zijn vaak niet voor iedereen even toepasselijk. Job crafting houdt in dat medewerkers de ruimte krijgen om – al dan niet in samenspraak met collega’s en leidinggevenden – de regie te nemen over de vormgeving van hun werk. Zij kunnen hun werk dan beter afstemmen op hun eigen sterkte, voorkeuren, drijfveren en passies. Job crafting is een manier voor docenten in het vo om de negatieve effecten van werkdruk weg te nemen, door de hulpbronnen te verhogen, zoals collegiale steun of autonomie (Theebe, 2017). Onderzoek van Van Wingerden, e.a. (2013) laat zien dat 80% van de cursisten aan een training job crafting na de training minder werkdruk bleek te ervaren. De onderzoekers leggen uit dat het is omdat medewerkers invloed kunnen uitoefenen op de vormgeving van hun werk. Daarvoor is autonomie en zeggenschap (professionele ruimte) van groot belang en gedrag van leisinggevenden ook.

Het onderwijs anders organiseren

Rust, Reinheid en Regelmaat is een veel gehoorde uitspraak over een goede onderwijscultuur. Een bepaalde consistentie in aanpak en voorspelbaarheid van gedrag is voor leerlingen goed. Dat kan hand in hand gaan met onderwijsvernieuwing. Dit zegt echter niets over onderwijsvernieuwing. De reden voor onderwijsvernieuwing echter wel. Veranderend onderwijs kan voorkomen uit een veranderende maatschappij, andere eisen aan examens, veranderende omstandigheden. Dat betekent dat de ontwikkeling eigenlijk centraal moet staan en dat docenten aan het roer staan van die veranderingen. Daar waar ruimte is en wordt geboden, daar waar docenten eigenaar zijn van de keuzes ontstaat tevredenheid.

De systemen die wij gebruiken in scholen (Lumpsum, verantwoording, administratie, passend onderwijs, AVG enz) lijken beperkingen aan te brengen in de onderwijsorganisatie. Ervaring leert echter dat het goed toepassen van regelgeving, nadat onderwijs ontwikkeld is, weer leidt tot een verminderde werkdruk.
Door taakdifferentiatie, bijvoorbeeld het werken in units of multidisciplinaire teams, kunnen leraren eerder doen wat ze zelf leuk vinden of waar ze goed in zijn. Dit kan zorgen voor een besparing van de docententijd (Van den Berg e.a., 2017; Van den Berg e.a., 2019). Een kanttekening is hier op zijn plaats: vrijheid en deelname om nieuwe lessen, methodes en materialen te ontwikkelen kan resulteren in zowel een minder sterk ervaren werkdruk, als het omgekeerde, omdat leraren weleens te veel van zichzelf vragen (Van den Berg e.a., 2019).

Met dank aan kennisrotonde voor inspiratie

Schuiven naar boven