Taakbeleid Algemeen

 

© enno keurentjes

Taakbeleid is in het voortgezet onderwijs een onderwerp van discussie tussen alle geledingen. Taakbeleid helpt bij een eerlijke verdeling van werkdruk en kan zo werkstress voorkomen. Dat is op dit moment zeker niet altijd het geval.

Binnen de CAO VO (hoofdstuk 8) staat de richting (het kader, de bandbreedte, de ruimte) beschreven waaraan taakbeleid zou moeten voldoen. De uitwerking ervan op het niveau van de school, afgestemd met de P(G)MR en het personeel van de organisatie, is maatwerk.

In deze publicatie worden de richtlijnen van de AOb ten aanzien van taakbeleid puntsgewijs met behulp van voorbeelden en omschrijvingen duidelijk gemaakt.

Taakbeleid is geen op zichzelf staand fenomeen. Taakbeleid dient ingebed zijn in het schoolplan, personeelsbeleid (IPB), formatieplan en vele andere uitgangspunten die de school hanteert. Want bij de meeste handelingen die op een school worden gepleegd zijn personeelsleden betrokken. Wanneer het werk in opdracht wordt verricht is dat zowel voor docenten als onderwijsondersteuners verantwoord in het taakbeleid van de school. Het taakbeleid dat in deze brochure beschreven is slaat op het Onderwijzend Personeel (OP).

De AOb vindt dat het taakbeleid geen (af)rekenmodel moet zijn, maar een methode om het werk op een school goed in beeld te krijgen en te komen tot een evenwichtige spreiding van de werkzaamheden over het personeel. Daarom moet het taakbeleid niet allerlei schijnoplossingen bieden: geen containerbegrippen (alles onder één noemer), geen vier cijfers achter de komma (zodat de inzet minutieus bekend is). Taakbeleid dient ook geen taken tot op de minuut te beschrijven.

In de huidige CAO is het onderwerp werkdruk nauwelijks aan de orde gekomen. Maar het blijft uiteraard een belangrijk onderwerp: het aantal lessen is nog steeds te hoog, evenals de klassengrootte. De geboden faciliteiten zijn niet toereikend. Werkdruk kan omslaan in werkstress.

De AOb meent dat werkdruk en werkstress ondermeer ontstaan als docenten onvoldoende professionele regelruimte hebben om te voldoen aan de (opgelegde) eisen[1]. Om de hoeveelheid werk te reguleren is taakbeleid een uitgelezen instrument, maar dan moet het wel op de manier worden gebruikt zoals bedoeld in de CAO. De AOb wil het in de discussie rond de werkdruk in eerste instantie hebben over de regulering van het werk, voordat we het kunnen hebben over ‘ervaren werkdruk’ of  de ‘beleefde werkdruk’. Eerst moet het kwantitatieve, objectieve gedeelte goed zijn geregeld binnen het taakbeleid, voordat de subjectieve kant besproken kan worden. Anders schiet een werknemer (maar ook een werkgever) niets op met deze discussie rondom werkdruk.

In de tekst zie je regelmatig bepaalde nummeringen tussen haakjes staan. Dit is vaak een verwijzing naar een CAO-artikel. De CAO-tekst is aan het einde als bijlage toegevoegd.

[1] Zie TNO rapport: https://www.tno.nl/media/1132/werkdruk_tno_rapport_r12_10877.pdf

Uit ‘brochure richtlijnen taakbeleid VO’ AOb