normjaartaak van 1659 uur

© enno keurentjes

1659 uur is het aantal uren waarvoor de werkgever de werknemer in kan zetten ten behoeve van werkzaamheden voor de school. (hf2 lid 1) Voor deeltijders geldt alles naar rato, tenzij anders vermeld. (hf 6.1 lid 1 en 2)

In het VO spreken we van een normbetrekking van 1659 uur. Dit is het aantal uren dat behoort bij een volledige baan (betrekking met werktijdfactor 1 FTE). Alle berekeningen in de CAO VO zijn gebaseerd op deze normbetrekking, of bij parttime naar rato. Ten aanzien van sommige punten in het taakbeleid staan uitzonderingen vermeld, omdat toepassing van de werktijdfactor (naar rato) op dat onderdeel tot onredelijke verzwaring van het werk van de deeltijder leidt (bijvoorbeeld ten aanzien van algemene schooltaken).


De 1659 uur normjaartaak hoort bij onderdeel 1 van de CAO en dat is een standaard bepaling, geen minimum bepaling. Hiermee is bepaald dat in het taakbeleid van een school geen bandbreedte (of andere benamingen voor dit fenomeen) ten aanzien van de 1659 uur kan worden opgenomen. Afspraken in het taakbeleid over het meenemen van ‘te weinig gewerkte uren’ naar het volgende jaar, zijn niet toegestaan.

In de CAO VO staat het onderdeel taakbeleid in deel 2. Dat wil zeggen dat dit onderdeel onder de minimumbepalingen valt. Van dit onderdeel kan alleen in positieve zin voor de werknemer worden afgeweken.

Voor het schooljaar begint horen een werknemer en de leidinggevende een taakformulier (plan van inzet, taakplaatje) overeen te komen, waarin de werkzaamheden voor het komende schooljaar staan vermeld die passen binnen de aanstelling. Daarnaast wordt in overleg de inzet in dagen en dagdelen conform de CAO (6.2.5) vastgelegd.