Lesweken en werkweken

© enno keurentjes

De praktijk op veel scholen is dat er 36 lesweken worden gehanteerd. Dit verhoogt de werkdruk van leraren onnodig (meer lessen in minder weken). De AOb wil dat iedere school in plaats van 36 lesweken 37,8 lesweken (=189 dagen onderwijstijd[1]) gaat hanteren en de huidige 39,2 werkweken (189 lesdagen en 7 organisatiedagen) aanhoudt. De dagelijkse praktijk van dagenlang vergaderen en lange opstart- en afsluitperioden moet worden beperkt tot anderhalve week per jaar. Op deze manier wordt de lessentaak verdeeld over een groter aantal lesweken, zodat het aantal lessen per week daalt. Dit geeft de leraar meer tijd voor voorbereiding, nawerk, onderwijsontwikkeling en scholing. Naast werkdrukvermindering is het een impuls voor de kwaliteit van het onderwijs.


In veel berekeningen wordt nog uitgegaan van een schooljaar van veertig werkweken. Vervolgens worden er allerlei berekeningen en definities losgelaten op die veertig werkweken. Vaak om het aantal ‘effectieve lesweken’ naar beneden bij te stellen, soms wel tot 32.

De opbouw van een onderwijsjaar

37,8 lesweken in 39,2 werkweken

Opbouw cursusjaar:

189      Les- of onderwijsdagen (=37,8 weken)

55        Vakantie (= 11 weken)

5          Feestdagen (2e Paas-, 2e Pinkster-, Hemelvaart-, Koningsdag en de Nationale Feestdag (= 5 mei Bevrijdingsdag) (zie CAO VO bijlage 4)

5          Roostervrije dagen (zie CAO VO 2014/2015 art. 15.1.1a)

7          Organisatiedagen

104      52 weekeinden

365Totaal

55 vakantiedagen en 5 feestdagen:

  • Het Min OCW bepaalt/wijst 9 van de 11 weken aan, namelijk 6 weken zomervakantie, 2 weken Kerstvakantie en 1 week meivakantie. Dan blijven er nog 2 weken over, die de school mag bepalen. Adviesrecht (G)MR.
  • De algemeen erkende feestdagen zijn uiteraard vrije dagen voor zover ze niet vallen in de aangewezen 9 weken.

5 Roostervrije dagen:

  • Zijn vrije dagen voor leerlingen en personeel
  • Niet onmiddellijk aansluitend voor of na de 6 weken zomervakantie

7 Organisatiedagen:

Er wordt geen les gegeven, maar leerlingen zijn wel oproepbaar (bijv. rapporten ophalen. Het is een werkdag voor docenten.

 De AOb is voorstander van het zoveel mogelijk benutten van de werkweken als lesweken. Natuurlijk moet er een start plaatsvinden van het schooljaar, dienen er rapportvergaderingen te worden gehouden, moet het jaar worden afgesloten. Maar deze zaken zijn ondersteunend aan het onderwijsproces en dienen daarom te worden beperkt. Elke organisatie moet bij zichzelf te rade gaan wat de minimale inzet van personeel zou moeten zijn om zo zoveel mogelijk tijd vrij te spelen voor het onderwijskundig proces. Misschien dat er met bepaalde tradities moet worden gebroken. Maar als dat tot gevolg heeft dat het aantal lesweken groter wordt en daardoor het aantal lessen per week naar beneden gaat, heeft dit een positieve uitwerking.

Soms worden proefwerkweken, projectweken, of andersoortige weken niet meegerekend bij de lesweken. Terwijl in deze weken allerlei vervangende lesvormen worden gehanteerd. Van de docent wordt op allerlei manieren interactie met de leerlingen verwacht, die gelijk zijn te stellen met lessen (en soms nog weleens zwaarder). Als de school het belangrijk vindt om deze lesvormen te hanteren, dan vindt de AOb dat ze gewoon onder de lesweken moeten worden gerekend en binnen de lesdefinitie vallen.

De AOb is er voorstander van te rekenen met 39,2 werkweken en 37,8 lesweken en dit niet aan te passen vanwege de vakantiespreiding.

Onderwijstijd (voor leerlingen) en werkweken (voor docenten) worden nogal eens door elkaar gehaald. Als een docent lesactiviteiten verzorgt (in 37,8 lesweken, 189 dagen per jaar) draagt hij uiteraard bij aan de onderwijstijd. Maar het werk van een docent gaat verder dan alleen het realiseren van de onderwijstijd: Overleg, vergaderen, ontwikkelen van curriculum of andere onderwijsvernieuwingen, participeren in netwerken horen allemaal tot de taak van een docent, maar vallen niet onder de onderwijstijd.

[1] Wet onderwijstijd

Uit ‘brochure richtlijnen taakbeleid VO’ AOb