Lestaak

Op iedere school is er een maximale lessentaak van 750 klokuren per schooljaar. De AOb gaat uit van dat maximum; tevens moet er in het taakbeleid een maximum aantal te geven lessen per week (8.1.3 c) worden afgesproken. Omgerekend naar 38 lesweken en lessen van vijftig minuten betekent dit – afgerond – 24 lessen per week. De concrete berekening vindt plaats op jaarbasis, waarbij wordt gekeken naar de ingeroosterde lessen gedurende het schooljaar.

Als een school voor bepaalde vakken een periodisering gebruikt, kan het aantal lessen fluctueren. Om piekbelasting te voorkomen is een tijdelijke plus van twee lessen het maximum. Dan moet er wel in de voorafgaande periode of de daarop volgende periode compensatie plaatsvinden.

Als een school een andere lestijd dan vijftig minuten hanteert, moet er aandacht zijn voor het aantal startmomenten: Hoe meer startmomenten, hoe zwaarder het werk. In die gevallen zouden er in verhouding minder lessen moeten zijn. Invoering van een lessenrooster van 45 minuten leidt tot een aanzienlijke taakverzwaring voor de leraar. De leraar geeft dezelfde lesstof in minder tijd aan meer groepen leerlingen. Gebruik van deze 45 minuten-strategie keurt de AOb daarom pertinent af.

Lesgeven is behalve de core-business ook één van de zwaarste taken van een docent. De interactie met de leerlingen, het bewaken van het gehele proces, de veelvoud van kleine en grote afspraken en de administratieve druk vragen geestelijk en lichamelijk veel van de lesgevende. Elke les is een dynamisch proces, waarbij verwachte en onverwachte zaken de revue passeren. Dit maakt het lesgeven niet alleen leuk, maar ook zwaar. Daarom pleit de AOb voor een beperkt aantal startmomenten en een beperkte omvang op jaarbasis.

In de CAO is het getal van 750 klokuren op jaarbasis genoemd. Dit komt neer op 23,8 lesuren van vijftig minuten per week, gedurende 37,8 weken (zie hoofdstuk 6 van deze notitie). Zodra aan het aantal lessen per week, het aantal weken waarop les wordt gegeven en/of  het aantal startmomenten wordt getornd dreigt een verzwaring van het werk op te treden. Daarom wil de AOb deze uitgangspunten op zijn minst handhaven, maar ziet ze nog liever het aantal lessen op jaarbasis verlaagd. Hierdoor verdwijnt aan de ene kant een deel van de belasting van de werknemer en de vrijkomende tijd zou kunnen worden besteed aan meer tijd voor voor- en/of nazorg. De docent kan meer tijd besteden aan de basis van de lessen. Daarbij schuift het Nederlandse onderwijs ook iets meer de richting op van de  norm die in de OESO-landen normaal is (670 uur les op jaarbasis).

Uit ‘brochure richtlijnen taakbeleid VO’ AOb