Individueel basisbudget (50 uur)

Voorop staat dat het basisbudget in de CAO wordt omschreven als een individueel recht van de leraar. Dat betekent dat de leraar bepaalt hoe het individueel basisbudget wordt ingezet. Het geeft de leraar het recht om naar eigen inzicht 50 uur (naar rato) in te zetten voor om ‘keuzes te maken die passen binnen de levensfase en de persoonlijke situatie en de duurzame inzetbaarheid vergroten’ (7.1 lid 1).

© enno keurentjes

Het is mogelijk om het basisbudget in te zetten om één lesuur minder per week te verzorgen (50 min) of een equivalent daarvan. Ook is het mogelijk het budget te gebruiken voor andere werkzaamheden. Daarbij geldt het uitgangspunt dat het naar eigen inzicht gebruikt kan worden voor bijvoorbeeld aanpassing van de werkzaamheden of vermindering van de overige taken.


Daarnaast kan zijn er mogelijkheden om het basisbudget in te zetten voor verlof.

Ook is het mogelijk het basisbudget in te zetten als verlof in het kader van duurzame inzetbaarheid.  Dit mag ook gespaard worden. Elke 4 jaar wordt dit verlof in waarde gefixeerd en het saldo kan in later stadium worden gebruikt om in te zetten.

Voorbeeld sparen voor verlof:
Een docent spaart voor het vijfde jaar het basisbudget. Doel is om na 8 jaar 400 uur verlof op te nemen voor een hoogtestage in Nepal. Na vier jaar (200 uur) wordt het eerste jaar sparen in waarde gefixeerd tegen het dan geldende uurtarief (bijvoorbeeld €36,=): 50 uur x €36 = €2100,=. Na 8 jaar sparen is er voor verlof beschikbaar

  • 200 uur (vanuit de laatste 4 jaar sparen)

Het gefixeerde bedrag / uurtarief bijvoorbeeld €8300,= :  €42 = 198 uur