Deskundigheidsbevordering en professionalisering

Iedere werknemer heeft recht op 83 uur deskundigheidsbevordering (persoonlijk basisrecht hf 17.4 lid 1), naast €600,= (hf 17.5 lid 1), naar rato.

Een onderdeel van de deskundigheidsbevordering is scholing. Een docent kan zelf bepalen hoe de deskundigheidsbevordering wordt ingevuld en geeft in het functioneringsgesprek aan hoe de tijd is besteed, mede in het kader van zijn POP en activiteiten voor het lerarenregister.

Als de schoolleiding scholing of andere collectieve deskundigheidsbevordering wil inzetten voor scholing moet dat buiten de 83 uur worden ingezet. Ook afspraken met de PMR over centrale besteding binnen het individuele deskundigheidsbevordering zijn niet juist. De 83 uur is het persoonlijk budget.

Jaarlijks wordt een scholingsplan opgesteld dat instemming behoeft van de PMR. Een andere verplichting is dat 10% van de personele lumpsum moet gebruikt worden voor deskundigheidsbevordering. Dat betekent dat er, naast de 83 individuele uren, nog uren opgenomen moet worden voor de collectieve deskundigheidsbevordering binnen het taakbeleid.


De AOb hecht sterk aan dit onderdeel, het raakt per slot van rekening de essentie van ons bestaan: educatie. Het personeel dat educatie verzorgt moet zelf in staat worden gesteld om goed geëquipeerd het werk te doen. Daarvoor is het lezen van vaklitteratuur, het bezoeken van studiedagen, het op de hoogte blijven van ontwikkelingen in het vak, etc. van groot belang. Alleen op deze wijze kan een onderwijsorganisatie in staan voor verantwoord onderwijs.

Ten aanzien van dit onderdeel moet specifiek aandacht worden besteed aan de deeltijder; hij/zij dient nagenoeg dezelfde deskundigheid te hebben als de fulltimer en bij gevolg dezelfde scholing te volgen. Dus een vaste hoeveelheid  van 42 uur * deeltijdfactor + 41 uur is een mogelijke oplossing.

De positie van de deeltijder (ook personeelsleden die gebruik maken van het leeftijdsgebonden budget) verbetert door de invoering van een vaste voet voor deskundigheidsbevordering. Immers van de deeltijder wordt vaak hetzelfde verwacht als van fulltimers. De werkgever kan dan (binnen de beschikbaarheidsregeling) vaker een beroep doen op de deeltijder bij studiedagen. De AOb erkent dat voor een organisatie dit soms noodzakelijk is, maar het moet wel binnen de CAO passen. Binnen de beschreven oplossing is dit beter mogelijk. Daarnaast geldt natuurlijk wel dat er een scholingsplan is dat met de PMR is vastgesteld.